Sportcolumns

Vanaf januari 2022 publiceer ik zo ongeveer maandelijks columns over zo’n beetje alles wat de sport raakt, waarbij ik vooral het bestuurlijk, politiek of maatschappelijk perspectief probeer te duiden of te becommentariëren. De columns worden (ook) gepubliceerd op de site van NOC*NSF en in diverse andere media.

Bravo voor de 'onzichtbare krachten' in de sport

Bravo voor de

Na sportwedstrijden, op welk niveau dan ook, worden prijzen uitgedeeld. Daarnaast zijn er tal van andere loftuitingen voor teams en individuele sporters gedurende het jaar. Aan aandacht en waardering geen gebrek zou je zeggen. Terecht, overigens. Prestaties verdienen applaus!

Maar er moet me toch iets van het hart. De schijnwerpers wil ik in deze column een keer verzetten. In de afgelopen zes maanden heb ik namelijk honderden vrijwilligers, officials en bestuurders aan het werk gezien of gesproken, onder andere tijdens mijn werkbezoeken. 

Goed burgerschap van de 'doeners'

Kortgeleden deed ik bijvoorbeeld zelf nog mee aan een groot wielerevenement - en daar stonden ze: mannen en vrouwen in veiligheidshesjes, met een vlag zwaaiend om ons te waarschuwen voor obstakels op de weg. In de bittere kou en af en toe een flinke plens regen of zelfs hagel er bovenop. Een broodje kaas, een krentenbol en een pakje appelsap als 'honorarium'. Waarom stonden ze daar? Uit liefde voor de sport, uit liefde voor sporters, uit plichtsbesef. Goed burgerschap zou je ook kunnen zeggen. Het zijn de 'doeners' in onze samenleving.

Het zijn ook de  'vlaggers' bij de F'jes. De vrijwillige parkeerwachten bij een evenement. Of de baco’s (baancommissarissen) bij de Dutch TT, het grootste eendaagse sportevenement in Nederland, die zorgdragen voor veiligheid van coureurs en publiek. En die overigens als de 'benchmark' in de internationale motorsport gelden.

 

Bloeiende verenigingscultuur

We mogen blij zijn met onze bloeiende vrijwilligerscultuur in Nederland. Een cultuur die sporten in Nederland voor grote aantallen mensen mogelijk en betaalbaar maakt. Een cultuur die het verenigingsleven met al zijn sportieve en maatschappelijke voordelen schraagt.

Maar ik vraag ook aandacht voor de 'bobo’s'. De bestuurders. Het was Ruud Gullit die zich in 1988 tijdens het EK voetbal beklaagde over voetbalbestuurders, die zichzelf wel heel erg op de voorgrond plaatsten na het behaalde sportieve succes. Hij plakte daar de onaardig bedoelde kwalificatie 'bobo' op – dat sindsdien een bekend en diskwalificerend begrip is geworden (overigens lees ik op de interessante site www.sportgeschiedenis.nldat het al veel eerder gebruikt werd; weer wat geleerd). De praktijk van de meeste Nederlandse 'bobo’s' is echter een andere. Niks schijnwerpers. En met de waardering valt het ook vies tegen.

Dankbaarheid, erkenning en applaus

De praktijk van de Nederlandse bondbestuurder is die van een grote verantwoordelijkheid. Governancecodes, kwaliteitseisen, aansprakelijkheden. Je moet er maar 'zin an' hebben. Liefdewerk - oud papier. En wat dacht u van de bestuurders op verenigingsniveau? De penningmeester van een grote, lokale, voetbal- of tennisclub is daar al snel drie avonden in de week mee zoet. Incasso’s regelen, schema’s maken enzovoort. Ook hier geldt: je moet er maar 'zin an' hebben!

Dankbaarheid, erkenning, applaus. Ze lijken me op zijn plaats voor al die 'onzichtbare krachten' in de sport!

(20 april 2022)

Gemeenteraadsverkiezingen: (g)een stemadvies

Gemeenteraadsverkiezingen: (g)een stemadvies

De gemeenteraadsverkiezingen komen er (snel) weer aan. En daaropvolgend begint in 345 gemeenten het formatieproces; ‘wie-gaat-met-wie’. De uitkomsten daarvan zijn van groot belang voor de Nederlandse samenleving; immers in deze bestuurslaag wordt steeds meer bepaald.

Ook voor ons werkveld, sport en bewegen, zijn gemeenten van eminent belang. Als het bijvoorbeeld gaat om de financiering van sport zijn gemeenten verreweg de belangrijkste bestuurslaag in het 'Huis van Thorbecke'. In absolute bedragen investeren gemeenten bijvoorbeeld driemaal zoveel in sport en beweging dan 'Den Haag' dat doet!

Hard werken om sport op de agenda te krijgen

Reden genoeg voor NOC*NSF om zich, samen met vele partners en aangesloten bonden, te 'bemoeien' met lokale politiek. In deze olympische en paralympische periode gaat natuurlijk veel aandacht uit naar deze prachtige evenementen - en de successen van de Nederlandse atleten. En terecht.

Een ander deel van ons werk, de lokale lobby, 'hard labeur' zouden onze zuiderburen zeggen, blijft daardoor onderbelicht. Bonden, verenigingen, sporters, vrijwilligers en bestuurders hebben de afgelopen periode enorm veel energie gestoken in het 'op de agenda krijgen van sport'.

'Politiek kleurenblind'

Dat sport en bewegen belangrijk zijn, dringt door al dat missiewerk wel door. En steeds meer gemeentelijke bestuurders tonen zich daadkrachtig en innovatief om aan sport een belangrijke(re) positie toe te kennen. Omdat wij 'politiek kleurenblind' zijn, zullen we niet zo snel een stemadvies uitbrengen…. Maar als je toch gaat stemmen dan adviseer ik om politici en bestuurders die het goed voor hebben met de sport wèl te belonen met je stem… (G)een stemadvies dus!

Eén ding moet me nog wel van het hart - en dat is tegelijk een advies aan alle aankomende nieuwe raadsleden en wethouders. En dat is dat het stimuleren van sporten en bewegen niet alleen gebaat is bij zaken als (bijvoorbeeld) nieuwe sporthallen en -velden; hoe belangrijk ook. Het is wat minder 'sexy' wellicht, maar heel grote winst is te boeken door in de ruimtelijke ordening veel meer aandacht te hebben voor het 'beweegvriendelijk' maken van de openbare ruimte. De ontsluiting van het buitengebied is op veel plekken in Nederland onder de maat. Dat kan écht beter.

Gemeenten, waterschappen, boeren en natuurbeheerders zouden wat dat betreft veel beter moeten gaan samenwerken. Verder zien we dat recreatieve routes vaak te druk zijn en tegen capaciteitsgrenzen aanlopen. En open water is op veel plaatsen bijvoorbeeld niet geschikt om te zwemmen of te kanoën of te suppen. En er is sterke behoefte aan meer fiets- en wandelpaden. Slimmere plannen maken en integraler kijken kan deze problemen snel oplossen. Door 'beweegvriendelijkheid' mee te nemen in 'plannenmakerij' kunnen bestuurders hun gemeente behoorlijk veel fitter, sportiever en gezonder maken. Een mooie opdracht voor de komende gemeentelijke bestuursperiode!

(10 maart 2022)

Sport kan eigen dijken bewaken

Sport kan eigen dijken bewaken

Vol bewondering heb ik de afgelopen maanden gekeken naar de inzet van de vrijwilligers in de sport en het adaptief vermogen dat ik bij vele sportclubs continu zie. Het volatiele overheidsbeleid (de ene week zijn competities toegestaan en trainen niet – en een paar weken later is het precies omgekeerd) heeft in onze wereld destructieve gevolgen.

 

Maar sportclubvrijwilligers weten er iedere keer weer het beste van te maken. Het (weer) omgooien van trainingsschema’s, gymclubs en dansgroepen die buiten trainen, volleyballers die al om zes uur ’s ochtends samen staan te sporten; ik vind het illustratief voor de veerkracht van de sportsector en vooral indrukwekkend.

 

Verantwoordelijkheidsgevoel in de sport

Wat daarbij komt is dat men een scherp ontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag legt. Verantwoordelijkheidsgevoel, niet alleen voor de fysieke gezondheid en mentale fitheid van hun leden - maar ook voor het naleven van de coronamaatregelen. Dat gaat in de sport heel goed. Sterker nog, er zit een expliciet statement in: 'Corona is niet van VWS, corona is niet van de gezondheidszorg, corona is van ons allemaal.’

 

Nu zijn we qua coronabeperkingen in een nieuwe fase terecht gekomen. We mogen weer meer. En optimisten vertellen ons dat de coronapandemie naar zijn einde loopt. Pessimisten waarschuwen ons echter voor nieuwe varianten die ons leven mogelijk weer op zijn kop gaan zetten. Laten we hopen dat de eerste groep gelijk gaat krijgen! Tegelijkertijd is er ook het reële risico dat we naar een endemische periode gaan, waarin het virus bij tijd en wijle en in verschillende zwaarte weer opflakkert.

 

De overheid bereidt zich voor op dat laatste en wij denken daarover mee. Samen met de Rijksoverheid hebben we een routekaart ontwikkeld. Die routekaart ordent het virus naar impact. Er zijn verschillende fasen: van 'waakzaam' tot 'zeer ernstig' (en alles wat daartussen zit). Bij iedere klasse horen maatregelen die aangeven wat de impact voor de sport is. Ze geven aan 'wat moeten we gaan doen?'.

 

Parallel met dijkbewaking

Je zou de parallel met dijkbewaking kunnen trekken. Als het waterpeil stijgt moeten er extra zandzakken komen en als het waterpeil daalt kunnen de zandzakken weer de opslag in. Laat de overheid vooral aangeven hoe hoog het waterpeil is en laat ons daarna zelf aan de slag gaan met passende maatregelen. Die maatregelen hoeven niet voorgeschreven te worden. Die hebben we zelf al bepaald in de zogenaamde routekaart.

 

We kennen en nemen onze verantwoordelijkheid. De coronacrisis laat immers meer dan ooit, de kracht zien van het maatschappelijk middenveld en de Nederlandse burger. Geef ons de komende jaren richting, steun en ruimte binnen kaders, zodat we verantwoordelijkheid kunnen nemen. Het is bij de sport in goede handen!

 

(1 februari 2022)

Frappez toujours en de Trêveszaal

Frappez toujours en de Trêveszaal

In het nieuwe Regeerakkoord wordt aan de sport- en beweegsector een belangrijke rol toegedicht om Nederland gezonder te maken. Dat is goed nieuws zou je zeggen. Tegelijkertijd moet je constateren dat daar een gering investeringsbudget aan wordt verbonden. Daar kun je overigens op verschillende manieren naar kijken. Enerzijds is het natuurlijk wel zo dat de sport er vanuit de Rijksbegroting 10 procent extra bijkrijgt.

En ook dat als je breder kijkt naar het Regeerakkoord, er nog andere ‘haakjes’ te vinden zijn voor de sport. Denk aan preventie, de zogenaamde Rijke Schooldag (sport om kansenongelijkheid tegen te gaan), de maatschappelijke diensttijd en de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Met wat creativiteit kun je daar wat mee. Maar voor een echte schaalsprong (Nederland vitaler maken) is het niet voldoende. Tot zover de nuchtere waarneming.

 

Stevigere geluiden
Tegelijkertijd waren er ook wat stevigere (minder nuchtere) geluiden te horen uit de sportwereld. Het feit dat er voor bijvoorbeeld klimaat en stikstof miljarden uitgetrokken worden, riep de vraag op of de sport wel goed genoeg gelobbyd heeft. Laat ik dat argument (deels) demonteren. Deze onderwerpen komen immers niet uit de lucht vallen. Klimaat werd bijvoorbeeld een onderwerp door (onder andere) internationale verplichtingen en een rechtszaak (Urgenda).

Stikstof kende een vergelijkbare dynamiek, alhoewel daar ook nog een sector overstijgende en onorthodoxe coalitie van maatschappelijke actoren aan te pas kwam die oplossingen presenteerde. Ook zag ik de vergelijking vanuit de sport met de cultuursector (+170 mln.), die door sommigen als ‘winnaar’ werd gepercipieerd. Vergeten wordt dan even (historisch besef is van belang!) dat onder Rutte 1 de natuur- en cultuursector een budget cut kreeg van 70 procent...

Geen appels met peren vergelijken dus, heel gevaarlijk. En ook verre blijven van elkaar in de sportfamilie verwijten maken. Jij-bakken en sectorale automutilatie helpen ons niet verder. Sterker nog, ze zijn contraproductief. Zeer contraproductief zelfs.

 

Kritische zelfreflectie
Moeten we dan niet in de spiegel kijken? Ja, natuurlijk wel. Dat moet zeker. Absoluut. Kritische zelfreflectie helpt ons verder. Er zijn een paar zaken die we anders, of beter, of nòg beter moeten gaan doen. Allereerst (en bovenal) is dat we nadrukkelijk, consistent en consequent onder de aandacht moeten brengen dat we in een vitaliteits- en beweegcrisis verkeren – en dat sport een deel van de oplossing is. Ik zie dat deze boodschap begint te resoneren, ook bij het Kabinet. Maar dat is niet genoeg!

Het is een kwestie van homeopathisch indruppelen. Iedere dag weer het verhaal blijven vertellen. Zonder urgentie gaan Kamer en Kabinet niet in beweging komen. Het is een kwestie van Frappez Toujours. Alleen dan zullen er vanuit de Trêveszaal niet alleen mooie woorden komen over sport. Maar ook geld en plannen. Plannen die wij als sport- en beweegsector samen met overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen kunnen uitvoeren om Nederland het sportiefste en vitaalste land ter wereld te maken! Laten we daar op inzetten voor 2022. Moedig voorwaarts dus.

 

(5 januari 2022)